Het is lang geleden
maar toen was ze een jong meisje:
haren in de wind
ogen gericht op wat ze wilde:
dat was verder, en anders
dan het erf op een Friese boerderij
waar ze woonde.
Ze zwaaide naar wie langs kwam.

Het is lang geleden
maar toen was ze een tiener:
Het was oorlog,
het huis van haar ouders verborg
vreemde gasten.
“Denk erom dat je niets zegt, als ze iets vragen.
Meestal was ze niet bang.
Zwaaien deed ze in die tijd niet veel.

Het is lang geleden
dat ze begon met een eigen huis
in Amsterdam, in Utrecht.
Ze deed wat ze moest doen
en meer.
Ze temde haar eigen drift
met werk en werk.
“Tot morgen!” riep ze naar haar collega’s
en zwaaide als ze wegging.

Het is even geleden
dat ze haar rust nam
af en toe.
En daartussen door
altijd wel iets te doen
voor een buurvrouw,
voor een kennis, voor een tante.
“Graag gedaan”, riep ze dan.
En zwaaide.

Nog niet zo lang geleden
stond haar huis altijd open
voor een onverwacht bezoek
thee, in porseleinen koppen
en bloemen op tafel
volgens de laatste mode geschikt.
“Groeten thuis” riep ze
en zwaaide als ik wegfietste.

Het is nog maar kort geleden
dat het thuis niet meer ging
te veel verwarring, te veel gevallen,
te veel pijn.

Onlangs ging ik naar het huis
waar ze nu verblijft
en vroeg aan een zorgmedewerkster
of ze mijn wenskaartje wilde geven
en ik zei dat ik buiten
onder het raam zou staan.
Het duurde maar enkele minuten,
en daar stond ze:
met mijn kaartje in de hand
en ze zwaaide als vanouds.