Ik kijk naar het scherm. Voor me zie ik niet een tekst, niet een foto, niet mijn geopende emailprogramma. Nee, mijn scherm is paars, of is het blauw?

Ik heb een programma geopend om digitaal te vergaderen. Het programma kreeg ik eerder.

Uh, wat moet ik nu ook alweer doen? ‘Aanmelden’ staat er, maar dat heb ik toch gisteren…

O, er popt nu wat op. Op goed geluk druk ik op ‘annuleren’. Ondertussen denk ik:

Ik zou daar nog eens goed over na moeten denken dat ik dat zo impulsief doe. Wat zou ik nog meer allemaal in mijn leven moeten annuleren of…nou, ja, andere keer maar.

Ja, dat schermpje verdwijnt. En nu? O, wacht, ik hoor wat: een stem zegt: “Ja, daar is Inge ook.” Mooi, want ik zie nog niets. Ik word gezien. Een mooi bericht voor de dominee.

Maar nu zie ik toch iets: mijn beeldscherm krijgt vier vlakken en in die vlakken zie ik Ruud, Wim, Bert, Hanna. Onderin zie ik een zwart vlakje. “Inge, je camera staat nog niet aan”.

O, help. Camera? Hoe zet ik die aan?

Maar ik weet het weer: Ik kreeg ooit een klein schuifje van een provider en dat plakte ik op dat kleine oogje boven mijn beeldscherm. Ik schuif: ja, het zwarte vlakje wordt licht en ik zie mezelf. O. NEE. Misschien had ik toch even een kam…Wat een raar licht, kan die belichting niet ietsje flatteuzer? Dit wordt een confronterend gesprek, zoveel is nu al duidelijk.

“Ja”, hoor ik Wim zeggen: daar heb je Joke ook. “Hallo Joke”, hoor ik iedereen zeggen.

Joke zegt niets terug. “Joke, je microfoon staat nog uit.” We zien Joke wel, en inderdaad als ze iets zegt moeten we liplezen. “Joke, zie je dat balkje in het scherm? Als je met je cursor, ja met je muis, zie je dat balkje? ja, en dan dat icoontje van de microfoon? Nee, niet dat tekstwolkje, nee daar…”

Ik hoor de stem van Bert, dan komt hij ook in beeld. “Wim, kun je Joke niet beter even opbellen? “Wim: “ja, even kijken of ik haar telefoonnummer heb.”Bert: “Kan Joke jou anders even bellen?” We horen een telefoon overgaan bij Wim. Wim: “Ja, Joke…” Een onaangename piep-brom komt uit mijn pc. Auw. Bert: “Wim kan je even je microfoon uitzetten?” “Dit is niet aangenaam voor ons.” Wim: “Ja, OK.”

Bert: “Zullen we ondertussen beginnen, het is al 10 over”

Hanna: “Nou, kunnen we niet even wachten, Joke is er toch bijna?”

Bert: “OK, maar ik heb de hele dag al achter dit scherm gezeten”.

Hanna: “He, ik zie dat je ook kunt chatten.”

Ruud: “O, hoe dan?”

Hanna: “Nou dan ga je met de cursor…”

Bert: “He, hoe kan dat nou, nu heeft Joke de vergadering verlaten!”

Ruud: “Ik ga nog even iets te drinken halen, dat kan wel he?”

Hanna: “Misschien dat Wim dat zo met haar besprak?”

Wim: “Ja, ik maak even een nieuwe uitnodiging aan voor Joke, misschien dat het dan wel lukt”.

Bert: “Zie ik daar nou bladmuziek, op die standaard, Inge?” Ik: “Ja, Bert sinds enige tijd…”

Bert: “O, gelukkig daar is Joke. Hallo Joke!”

Wim: “Joke, wij zien vooral je onderkin, misschien moet je de IPad even ergens iets hoger…”

Het beeld van Joke verschuift. Nu zien wij haar voor de helft. Wim neemt een beslissing en begint: “Goeden avond allemaal, Ruud is er toch ook weer?”

Ruud schraapt zijn stem, en wij zien vooral de beker die hij voor zijn gezicht houdt, een beker met daarop “Opa’s zijn…” De rest zien wij niet. “Goedenavond, allemaal”, horen wij vanachter de beker komen. Het is kan niet missen: Dat is Ruud.

Wij zijn allemaal present. We herkennen elkaar aan stem en soms aan het beeld.

Dat is minder waarheidsgetrouw dan je zou denken. Laat dat duidelijk zijn.

We zien elkaar soms, even. En vooral niet helemaal.

We horen elkaar met een fractie vertraging en soms horen we elkaar gewoon niet.

Daar kunnen we wat aan doen en soms ook helemaal niet.

Vergaderen achter een beeldscherm is een uitdagende vorm van communiceren.

Soms kunnen we toch nog een gezamenlijke beslissing nemen.

En er zijn mensen die zeggen nog altijd dat wonderen niet bestaan.

Onbegrijpelijk.

 

Elke gelijkenis met bekende personen moet op een vergissing berusten.

Het is lang geleden
maar toen was ze een jong meisje:
haren in de wind
ogen gericht op wat ze wilde:
dat was verder, en anders
dan het erf op een Friese boerderij
waar ze woonde.
Ze zwaaide naar wie langs kwam.

Er zijn op dit moment mensen die het heel druk hebben. Het zijn mensen in de ‘frontlinie’
in de zorg en het onderwijs, maar ook in het bestuur. Vaak moeten deze mensen ook nog thuis zorg dragen voor het onderwijs van hun kinderen of voor hun kwetsbare ouders.
Maar er zijn ook mensen die veel minder te doen hebben. Hun werk is plotseling in een rustiger tempo beland. Anderen leefden al zonder de verplichtingen van betaald werk. Voor hen vallen veel bezigheden buitenshuis weg. Als die mensen gezond zijn, en geen zorgen dragen over hun naasten, is hun leven binnenshuis soms een beetje saai geworden. Voor die laatste groep is dit blog.

“Duizenden doden kunnen vallen, je blijft geschreven in Gods hand”

een regel uit lied 91a uit het liedboek, geschreven door Jan Duin. Een lied geschreven bij Psalm 91. Hij schreef het lied in 1969, en in een nieuwe bewerking in 2011. “Duizenden doden kunnen vallen”, het leek me altijd een poëtische overtreffende trap. Een sterke manier om te zeggen: “Wat er ook gebeurt…” Maar nu treft deze uitdrukking me pijnlijk als realiteit.

“Je leeft niet alleen voor jezelf.” Gisteren hoorde ik het de minister president zeggen.

Vorige week heb ik andere bestuurders horen spreken over “offers brengen”. Gisteravond zag ik in de zendtijd van een politieke partij een kloppend hartje met een aanmoediging zorg voor elkaar te hebben. En een publieke omroep is een samenwerking aangegaan met de Luisterlijn, om eenzaamheid, angst en zorgen te bestrijden.

We leven in een bijzondere tijd, dankzij een virus. Voor het oog onzichtbaar, maar niet te min maakt het dat iedereen, wereldwijd, anders leeft.

Zo’n zin al hierboven, zou ik ook goed hebben kunnen schrijven in een preek met Pasen of Pinksteren. Dan zou ik het woord ‘virus’ hebben vervangen door ‘God’, door ‘Christus’, door ‘Gods geest’. Voor gelovigen zou dat een vertrouwde waarheid zijn, maar veel mensen zouden die zin met ongeloof lezen. Maar misschien wordt dat anders.