Beheer

Het College van kerkrentmeesters is verantwoordelijk voor het beheer  van de financiële middelen en de gebouwen van de gemeente, met uitzondering van diaconale aangelegenheden. De kerkenraad is eindverantwoordelijk, wat tot uitdrukking komt in de goedkeuring van o.a. de begroting en de jaarrekening.  Het college bestaat uit tenminste drie leden. Verder  hebben zowel de kerkenraad als het college, door het toezicht op de vermogensrechtelijke aangelegenheden, contact met het regionaal college voor de behandeling van beheerszaken (Ordinantie 11, art. 3).

Beloningsbeleid

De beloning van de predikanten van onze gemeente is geregeld in de ‘Generale regeling rechtspositie predikanten’. De beloning van de overige medewerkers in loondienst, zoals kerkelijk werkers, kosters/beheerders, is geregeld in de ‘ Arbeidsvoorwaardenregeling Protestantse kerk in Nederland’.

Leden van kerkenraden, colleges en commissies ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden. Alleen werkelijk gemaakte onkosten kunnen worden vergoed.

Inkomsten en uitgaven

Voor de verkorte staat van baten en lasten, zie: Rekening 2017

Kerkgenootschappen en hun onderdelen zorgen in Nederland zelf voor de benodigde inkomsten voor hun activiteiten. Aan de kerkleden wordt elk jaar via de Actie Kerkbalans gevraagd om hun bijdrage voor het werk van de kerkelijke gemeente waartoe zij behoren.

Onze kerkelijke gemeente ook nog enig vermogen in de vorm van het kerkgebouw en enige geldmiddelen. De opbrengsten van dit vermogen worden aangewend voor het werk van de gemeente.

Kerken ontvangen geen overheidssubsidie in Nederland, behoudens voor de instandhouding van  monumentale (kerk)gebouwen of een specifiek project.

Een groot deel van de ontvangen inkomsten wordt besteed aan pastoraat, in de vorm van salarissen voor de predikant en eventuele kerkelijk werkers en aan de organisatie van kerkelijke activiteiten.

Daarnaast worden de ontvangen inkomsten ook besteed aan het in stand houden van de kerkelijke bezittingen, benodigd voor het houden van de kerkdiensten (zoals onderhoud, energie, belastingen en verzekeringen) en aan de kosten van de eigen organisatie (salaris koster, eventueel overig personeel, vrijwilligers) en bijdragen voor het in stand houden van het landelijk werk.

Onder lasten van beheer zijn opgenomen de kosten voor administratie en beheer van de kerkelijke bezittingen.

Voor de verkorte staat van baten en lasten, zie: link naar document
 

De verwachte bestedingen (begroting) sluiten als regel nauw aan bij de rekeningen over de voorgaande jaren. Het plaatselijk kerkenwerk (of kerk-zijn) vertoont een grote mate van continuïteit: de predikanten of andere werkers verrichten hun werkzaamheden, kerkdiensten worden gehouden en ook andere kerkelijke activiteiten vinden plaats.