Erik Keegstra is een van de organisten. "Zorgen dat mensen met plezier zingen en dat ze de liederen goed kunnen zingen." Dat is wat hij wil bereiken. Hij bereidt zich altijd voor: "Een bekende melodie zit al in je hoofd. Je kijkt vervolgens naar de tekst en vraagt je af wat voor kleur daar bij past. Is het bijvoorbeeld feestelijk of meer biddend? Past het bij de tijd van het jaar om de trompet open te trekken? Vaak is er een harmonisatie van de componist. Bij een onbekend lied probeer ik er achter te komen hoe het bedoeld is."

"Als de gemeente niet goed zingt, kijk ik eerst naar mezelf: wat heb ik als organist niet goed gedaan? Het ligt er vaak aan dat het lied onbekender was dan ik dacht. Dan moet je het voorspel en de begeleiding simpel houden: het tempo en de melodie aangeven."

Een organist begeleidt niet alleen, maar speelt ook voor en na de dienst, tijdens de collecte en vaak na de preek. " Als amateur-organist zit je in een bepaalde stijl. Daarom is het goed dat er in onze gemeente meerdere organisten zijn met ieder een eigen klankkleur. De een voelt zich hierbij thuis, de ander daarbij."
"Ik doe het om mensen ervan te laten genieten, om van een dienst iets bijzonders te maken. Ooit speelde ik een stuk van Bach bij de collecte. Na de dienst kwam een vrouw die pas weduwe geworden was naar me toe en zei: 'Dat heb je voor mij gespeeld, hè?' Ja, inderdaad."

(tekst en foto: Trees van Montfoort)